Zoeken

FAQ deel 2: Defensie-specifiek pensioen voor militairen

Er komen veel vragen binnen bij de samenwerkende bonden in “Actie bij Defensie” over het stuklopen van het arbeidsvoorwaardenoverleg. Hieronder tref je een aantal vragen en antwoorden aan over de defensie-specifieke pensioenregeling. (De samenwerkende bonden zijn de ACOM, AFMP, BBTV, FNV-overheid, MARVER en VBM.)

 

Voor de eerste serie vragen en antwoorden, klik hier


Defensie-specifieke pensioenregeling voor militairen:

Vragen en antwoorden:
1. Wat is de vraag die de bonden aan de staatssecretaris hebben gesteld over de pensioenregeling voor militairen 2019?
De bonden hebben aan de staatssecretaris gevraagd om de regeling van 2018 voort te zetten in 2019. Dat is dus een pensioenregeling met een eindloonkarakter. Voor 2018 was er een specifieke methode afgesproken voor het verrekenen van de backservice.

2. Was dat voor de bonden in “beton gegoten”?
Voor de bonden staat vast dat er geen andere regeling is afgesproken. De regeling zoals die deel uitmaakte van het laatste onderhandelaarsresultaat is door de leden van alle bonden (centrales) naar de prullenbak verwezen. Het is belangrijk dat de regeling met een eindloonkarakter dus wordt voortgezet tot er een nieuwe afspraak ligt. Over de wijze waarop de backservice vanaf 2 januari 2019 verrekend wordt valt met ons zeker te spreken.

3. Waarom is dit voor de bonden zo zwaarwegend?
Voor de bonden is het van belang dat het “NEE” van onze leden tegen het onderhandelaarsresultaat wordt gerespecteerd. Dat nee heeft tot gevolg dat alles bij het oude dient te blijven totdat er een arbeidsvoorwaardenakkoord is waar onze leden ja tegen zeggen. Dat geldt dus ook voor de militaire pensioenregeling. Dat houdt voor de bonden in dat de afspraak dient te worden gerespecteerd die we in oktober 2017 met toenmalig minister Dijkhoff over de militaire eindloonregeling maakten. Die afspraak is dat militairen een pensioenregeling met een eindloonkarakter (inclusief backservice) houden, totdat er een definitief akkoord is over de invoering van een nieuwe militaire pensioenregeling. Afspraak is afspraak! En een gemaakte afspraak geldt tot partijen samen een nieuwe afspraak hebben gemaakt.

4. Waarom is de militaire pensioenregeling 2019 voor de bonden zo belangrijk dat het overleg ervoor wordt opgeschort?
Zoals al aangegeven is het van groot belang dat afspraken nagekomen worden. Daarnaast gaan de sociale partners (de bonden en de werkgever samen) over de pensioenregeling. Het ABP dient die overeengekomen regeling vervolgens uit te voeren. Als we er niet op kunnen vertrouwen dat gemaakte afspraken en gedane toezeggingen door de werkgever worden nagekomen is de basis voor open en reëel overleg weg. Zonder die basis heeft overleg geen nut.

5. Wat was het standpunt van de staatssecretaris aangaande de vraag van de bonden over de pensioenregeling voor militairen 2019?
De staatssecretaris wilde in het SOD over de militaire pensioenregeling na 2 januari 2019 in eerste instantie (vanaf het versturen van onze brief op 15 oktober tot en met het SOD van 21 november) helemaal geen standpunt innemen en verschool zich iedere keer achter de ingreep van het ABP.
Wel erkende zij dat zij samen met de bonden over de pensioenregeling gaat en dat het ABP daar geen rol in heeft. Ze was echter niet bereid zich tegen het voorstel van het ABP te verzetten, hoewel zij aangaf het niet eens te zijn met het premievoorstel. Uiteindelijk zei zij dat ook wat haar betreft vanaf 2 januari 2019 een basis middelloonregeling voor militairen geldt.

6. Wat had de staatsecretaris dan wel te bieden?
Allereerst wil de staatssecretaris de ABP “basisregeling” accepteren. Daarnaast wil zij wel met de bonden spreken over een nieuwe “tijdelijke terugvaloptie” bij de militaire pensioenregeling. Die “tijdelijke terugvaloptie” moet dan op 1 maart 2019 aflopen, óók als er geen nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord ligt, dan zouden we terugvallen op de basisregeling zonder “tijdelijke terugvaloptie”. Ook dient in een nieuw arbeidsvoorwaarden akkoord dan te worden opgenomen dat de nieuwe defensie-specifieke regeling voor militairen dan een middelloonregeling zal zijn en terugwerkt tot 2 januari 2019.

7. Waarom is de “tijdelijke terugvaloptie” van de staatssecretaris voor de bonden niet acceptabel?

Het voorstel van de staatssecretaris is voor de bonden niet acceptabel omdat:
o de “tijdelijke terugvaloptie” een oplossing is buiten de pensioensfeer. Of dit gelet op alle wettelijke en fiscale beperkingen mogelijk is bleef volstrekt onduidelijk;
o Militairen gaan er dan vanaf 2 januari 2019 als er een basis middelloonregeling geldt bij individuele bevorderingen (flink) in pensioen op achteruit. De staatssecretaris gaf aan deze pensioeneffecten voor twee maanden te willen compenseren. Zij kon echter op geen enkele wijze garanderen of dat wettelijk gezien wel mag en op welke wijze dit kan. Daar konden we pas verder over praten als wij hiermee hadden ingestemd;
o Op basis van het bovenstaande dienden de bonden dus, zonder dit aan de leden te kunnen voorleggen, in te stemmen met het tekenen van een blanco cheque.


8. Wat bedoelen de bonden nu met een blanco cheque?

o De staatssecretaris zegt militairen voor de gevolgen van het invoeren van de basisregeling t.o.v. de huidige regeling te willen compenseren gedurende twee maanden. Ondanks alle bedenktijd die de bonden haar de afgelopen weken gaven, kon de staatssecretaris op geen enkele manier aangeven hoé de werkgever deze nadelige pensioeneffecten ging compenseren, of dat juridisch en fiscaaltechnisch wel kan en mag en hoe dat dan wordt gerealiseerd;
o De bonden zouden zich er dan eigenlijk bij neerleggen dat het ABP onbevoegd en zonder onze instemming op 2 januari 2019 een basis middelloonregeling in voert;
o Het ABP gaat voor de basis middelloonregeling een premie heffen die hoger is dan wat jullie ervoor terug krijgen. Namelijk een premie gebaseerd op de eindloonregeling van 2018. De premie is dan dus nog hoger dan de premie van 2018. Daar krijgen militairen dan een veel slechtere “basisregeling” voor terug!
o Daarnaast zou er voor 1 maart 2019 een arbeidsvoorwaardenakkoord moeten zijn inclusief een middelloonregeling met terugwerkende kracht tot 2 januari 2019. Ook als dit akkoord er niet zou komen zouden we terugvallen op de basisregeling, maar dan zonder compenserende maatregel.


9. Vinden de bonden de door het ABP aangekondigde basisregeling acceptabel?
Nee, de ABP regeling vinden wij onacceptabel. Als eerste vinden wij het al onacceptabel dat het ABP zonder onze instemming stopt met de uitvoering van de eindloonregeling. De bonden hebben daarom een advocaat in de arm genomen en zullen de rechter in een kort geding procedure vragen om het zelfstandig ingrijpen door het ABP tegen te houden. Daarnaast is ook het heffen van een hogere pensioenpremie voor de bonden onacceptabel. Wij willen niet dat militairen gaan betalen voor iets wat ze niet krijgen. De bonden zijn van mening dat het ABP in beide gevallen niet integer handelt. De sociale partners gaan immers over het vaststellen van de pensioenregeling, het ABP moet die vervolgens uitvoeren!

10. Wat houdt die “basisregeling” waar het ABP het over heeft dan in?
Dat is een middelloonregeling, en dat betekent dat bij individuele promoties (bevorderingen en salaris-treden) het pensioen niet meer met terugwerkende kracht door het ABP wordt verhoogd (de back service). Ook is er sprake van een laag opbouwpercentage en een hoge franchise (deel van het inkomen waarover men geen pensioen opbouwt). Samengevat: er wordt over een kleiner deel van het inkomen pensioen opgebouwd en dan ook nog tegen een veel lager opbouwpercentage dan in de Rijksregeling. Dit is dus een pensioenregeling die niet alleen veel slechter is dan wat de militairen hadden, deze is ook nog veel slechter dan de huidige ABP middelloonregeling voor de burgers bij Defensie.

11. Waarom zouden we daarvoor dan meer premie moeten gaan betalen?
Dat is voor de bonden onbegrijpelijk en onacceptabel. Het ABP heeft aangegeven dat zij de premie van 2018 willen doorberekenen maar dan gecorrigeerd voor “bijvoorbeeld effecten in bestandsopbouw en als gevolg van het meerjarig premiebeleid.” Hierdoor stijgt de premie zelfs t.o.v. de premie van 2018 terwijl militairen er een veel slechtere regeling voor terugkrijgen. Het ABP wil dat geld reserveren zodat sociale partners dat later kunnen “gebruiken” als er een nieuwe regeling is.

12. Als de bonden hadden ingestemd met de “tijdelijke terugvaloptie” hoe had dat dan gefinancierd moeten worden?
Ook dat is erg vaag in het voorstel van de staatssecretaris. Zij gaf namelijk aan dat de militairen dan dezelfde “eigen bijdrage” zouden gaan betalen als in 2018. Die “eigen bijdragen’ zou dan bestaan uit een premie voor de basisregeling plus een “opslag” voor het financieren van het (werknemersdeel van de) “tijdelijke terugvaloptie”. Vreemd verhaal dus. De premie die het ABP eist is al hoger dan die van 2018 en daar blijft dus voor Defensie echt niets meer van over om een “tijdelijke terugvaloptie” mede van te financieren. Uiteraard zou het zo kunnen zijn dat de werkgever bij de verdeling van de premie tussen werkgever en werknemers nog verrassende dingen voorstelt, maar daar heeft de staatssecretaris niets over gezegd.

13. Als de staatssecretaris had ingestemd met het voorstel van de bonden zou volgens defensie de premie vanaf januari hoger zijn. Klopt dat, en hoe zit dat dan met de premie in het voorstel van defensie?
Als ons voorstel was overgenomen had de premie vermoedelijk het niveau gehad van wat het ABP nu eist. Maar dat was dan wél een premie voor een pensioenregeling die je ook daadwerkelijk hebt! Nu eist het ABP echter diezelfde premie voor een zeer slechte pensioenregeling. Als we het voorstel van Defensie hadden overgenomen was de premie van het ABP net zo hoog als nu door het ABP geëist wordt en had daar bovenop het werknemersdeel van de kosten van de “tijdelijke terugval-optie” nog betaald moeten worden. Uiteraard zou het zo kunnen zijn dat de werkgever bij de verdeling van de premie tussen werkgever en werknemers nog verrassende dingen voorstelt, maar daar heeft de staatssecretaris niets over gezegd.