Zoeken

Probleem verplichte opleiding Mariniers opgelost

De BBTV heeft een lang maar goed gesprek gehad met het CZSK over het feit dat mariniers verplicht zijn aangewezen ('geselecteerd') voor het doorlopen van de VVO (de korporaalsopleiding). Het resultaat van dit gesprek is positief: het verplichte karakter is eraf en ook zal Defensie geen terugbetalingsverplichting opleggen aan mariniers die wel zijn aangewezen, maar de opleiding niet voltooien.

Meerdere mariniers der eerste klasse meldden zich bij de BBTV-VBM nadat zij een brief hadden ontvangen met de mededeling dat zij geselecteerd/aangewezen zijn voor deelname aan de korporaalsopleiding. Onze overlegvertegenwoordiger Jef Stassen en jurist Hanneke Nummerdor gingen deze week in Doorn namens de BBTV het gesprek aan met de GC-OEM (groepscommandant), het hoofd P&O CZSK, P&O Doorn, de Korpsadjudant en een stafadjudant.

 

CZSK legde uit dat de intenties juist goed waren. Het gaat het om een proef, een pilot, die men wellicht in de toekomst ook elders (CZSK-breed of defensiebreed) wil toepassen. De insteek van CZSK is om gewaardeerd personeel te behouden door ze een opleiding aan te bieden en daarbij meteen een vast contract, waardoor er zekerheid is voor de toekomst. Personeel dat op dit moment de VVO doorloopt krijgt zelfs een soort van premie van 1500 euro als men slaagt. Voor alle andere toekomstige VVO-opleidingen (inclusief de groep waar het nu over gaat) is dit nog niet geregeld maar de insteek is wel om dit voor elkaar te krijgen. Dat zijn toch allemaal argumenten waarmee een win-win-situatie ontstaat voor zowel de medewerker als de organisatie. Wat is daar mis mee?

 

De BBTV heeft geantwoord dat we begrijpen dat CZSK het personeel wil enthousiasmeren om de VVO te doorlopen, maar dat de gekozen werkwijze, het aanwijzen van personeel met een verplichtend karakter, niet de manier is om dit te bereiken. Daarvoor hebben wij de volgende argumenten ingebracht:

1.         het verplicht aanwijzen van personeel voor het doorlopen van een loopbaanvolgende opleiding is in strijd met  het AMAR artikel 15 en artikel 28a. In veel gevallen is er, zoals gesteld in artikel 28a, geen gesprek geweest met personeel en zijn er geen afspraken gemaakt.

2.         de organisatie heeft uit het bestand op basis van een aantal criteria personeel geselecteerd. Maar welke criteria dit zijn, is niet bekend gesteld. Het proces is niet transparant geweest. Zo blijkt dat men bijvoorbeeld heeft geselecteerd op een looptijd van 6 jaar marinier maar er zijn ook mariniers die aan dit criterium voldoen maar niet geselecteerd zijn.

3.         mariniers die door voortschrijdend inzicht toch de opleiding zouden willen verlaten, worden geconfronteerd met de terugbetalingsverplichting.

In algemene zin past het verplichte karakter niet binnen de wijze waarop dit soort processen verlopen, aldus de BBTV.

 

Géén verplicht karakter

Na een lang en indringend overleg maakte CZSK kenbaar dat wordt afgezien van het verplichte karakter. CZSK heeft erkend dat het verplichte karakter niet overeenkomt met het AMAR. CZSK heeft aangegeven dat het verplichte karakter eruit moet en dat ingestoken moet worden op enthousiasmeren, stimuleren en/of inspireren om vooral toch de VVO te doorlopen. De BBTV is ook voorstander van deze insteek. Uiteindelijk is dit ook zo afgesproken. Het verplichte karakter is niet meer van toepassing. Medewerkers die niet willen, kunnen zich melden en er volgen geen rechtspositionele strafmaatregelen en er wordt ook niets in het personeelsdossier over opgenomen. De organisatie heeft aangegeven toch met de medewerker in gesprek te gaan en deze over te halen maar het verplichte karakter is niet meer aan de orde. Men kan dus gewoon NEE zeggen zonder rechtspositionele gevolgen.

 

Terugbetalingsverplichting

De groep mariniers die deze VVO gaat volgen bestaat voor circa 40% uit mariniers die zelf een rekest hebben ingediend om de opleiding te doorlopen, en voor circa 60% uit mariniers die zijn aangewezen. Overeengekomen is, dat de terugbetalingsverplichting uit het AMAR bij deze pilot níet van toepassing is.

 

Voortaan eerst overleg met de bonden

De organisatie heeft erkend dat de communicatie voor verbetering vatbaar is. Indien de organisatie dit middel ook voor andere VVO-opleidingen zal gebruiken (personeel selecteren op basis van bepaalde criteria en zo behouden voor de organisatie en een toekomst geven) zal hierover overleg plaatsvinden met de medezeggenschap (DMC CZSK) en met de bonden.